Een kind kan veel, met minder.

Een kleuter krijgt een doos vol fantastisch en kostbaar materiaal: kleurpotloden, gekleurde papiertjes, lijm, viltstiften, stickers… 
Enthousiast trekt hij de schatkist leeg. Hij vindt het prachtig!
En dan … is zijn spel uit.
Hij weet niet dat hij keuzes moet maken.

Of ik het herken?
Nou en of! Ik heb een kast vol kruiden. Ik weet echt niet meer weet waar ik ze voor moet gebruiken. Ik moet de organisatie van mijn kruidenvoorraad hoognodig aanpassen, aan mijn beperkte kookkunst.
Gewoon, een aardappel, heeft al zoveel mogelijkheden.
Ik kan hem koken, poffen, bakken, frituren.
Ik kan er een ovenschotel van maken of een aardappelsla.
Ik heb genoeg aan wat zout en kerry …

Een peuter heeft genoeg aan een oude krant, een krijtje en een stukje schuimplastic.
Jouw hulp, die heeft hij hard nodig. Wat begeleiding, wat aandacht voor zijn acties.

Jij, leert je peuter hoe hij moet krassen en poetsen.
Jij, laat hem zien hoe hij een werkje kan plakken.
Daarna gaat het kind zelfstandig verder.

Je hoeft er zelf niet creatief voor te zijn.
Het hoeft geen slagveld te worden.
Eigenlijk is het alleen maar leuk en inspirerend voor allebei!
Als jij wilt, dat jouw peuter gaat knutselen, moet je hem helpen om keuzes te maken.
Jij zet zijn motor in gang, door hem te laten zien wat hij wel kan doen. Jouw peuter pikt dat snel op en ontwikkelt zijn eigen creatieve mogelijkheden.